|
Planten
houden het leven erin
Een geslaagde tuinvijver is een samenspel
van helder water, gezonde vissen, rijk bloeiende waterlelies en juist
geschakeerde oever- en randbeplanting. Vooral de beplanting in en om de vijver
is van belang. Dit is namelijk niet alleen een lust voor het oog, maar ook goed
voor de natuurlijke groei. Dankzij hun biologische functie verwijderen de
vijverplanten met hun bladeren en wortels schadelijke stoffen uit het water en
zo houden ze het milieu gezond.
Hoe sterker een waterplant groeit, des
te meer voedingsstoffen uit het milieu worden opgenomen. Het is in dit verband
niet zo belangrijk welke soorten planten we nemen, als er maar sprake is van
groei. Zowel moerasplanten, waterlelies, drijfplanten als onder water groeiende
planten kunnen, onder de juiste omstandigheden, enorm in omvang toenemen. En
voor het biologisch functioneren van de vijver, dat is waar het om gaat.
Als we er niet in slagen de aanwezige
voedingsstoffen in het milieu op te laten nemen door waterplanten ontstaat er
een probleem. Voedingsoverschot vertaalt zich vrij spoedig in algengroei. Al
naar gelang de omstandigheden en waterkwaliteit ontstaan er zweefalgen,
draadalgen of blauwalgen. Een vervelende bijkomstigheid van algengroei is dat
algen als het ware het milieu naar zich toetrekken. De groeiomstandigheden voor
het eigen organisme worden geoptimaliseerd waardoor de groei van andere
organismen (waterplanten) onmogelijk wordt gemaakt.
Het spreekt vanzelf dat niet alleen de groei van de te gebruiken planten
belangrijk is, maar ook de hoeveelheid. Als het bij nieuw ingerichte vijvers
misgaat, ligt de oorzaak nagenoeg altijd in het feit dat er niet voldoende
planten zijn aangebracht. Een vraag die zich dan ook direct voordoet, luidt:
"hoeveel planten moet ik aanbrengen?"
Een algemeen antwoord is: "zoveel dat alle aanwezige voedingsstoffen vrijwel
vanaf het begin, door de plantengroei kunnen worden opgenomen."
Een beter hanteerbaar antwoord is:
‘zoveel dat binnen 2-3 maanden die uitgezette planten 40 tot 50% van het
wateroppervlak bedekken.’ Bij dit percentage mogen alle soorten waterplanten
meerekenen, of zij nu in, op of uit het water groeien.
Dat kunnen dus waterlelies, moerasplanten, drijfplanten en onder water groeiende
planten zijn. We zullen deze groepen vijverplanten eens wat nader bekijken.
Daarbij richten we onze aandacht vooral op de groei-optima, het gebruik in de
vijver en hun biologische functie binnen het milieu.
Zuurstofplanten houden
het water helder
Zuurstofgevende waterplanten zoals
waterpest, hoornblad, fonteinkruid en vederkruid, groeien geheel ondergedoken in
het water. Door hun enorme groeikracht vervullen ze een belangrijke rol bij het
helder houden van het vijverwater. De biologische betekenis is zelfs zo groot,
dat u zonder deze planten grote problemen zou krijgen. Bovendien nemen ze
zoveel voedingsstoffen uit het water op, dat er geen algengroei kan ontstaan.
Zuurstofplanten zijn geheel of nagenoeg
geheel aangewezen op het water. Onder invloed van zonlicht en met behulp van CO2
worden voedingsstoffen door het blad opgenomen en omgezet in biomassa. Bij dit
zogenaamde assimilatieproces komt zuurstof vrij.
Onder gunstige omstandigheden kunnen deze planten enorm in omvang toenemen. Ze
vormen dan ook een belangrijke pijler voor het natuurlijke evenwicht en zijn
uiterst nuttig voor het helder en gezond houden van het vijverwater.
Groei-optima wordt bepaald door de
aanwezigheid van licht, temperatuur (12-25 C°), voedingsstoffen, waterkwaliteit
en CO2. De oorzaak van groeibeperking of stagnatie kan doorgaans
worden gezocht in de waterkwaliteit en het aanbod CO2. Vooral het CO2
is een groeibeperkende factor van belang.
Minimaal is 5mg\l CO2 nodig.
Water neemt uit de atmosfeer geen CO2 op. De benodigde hoeveelheid
moet dus in het watermilieu worden gevormd. De micro-organismen spelen hierbij
een belangrijke rol.
Nieuwe vijvers bevatten in het begin
nog weinig micro-organismen en hebben dus een gering CO2 aanbod.
Alvorens zuurstofplanten uit te zetten, is het verstandig de vijver 4 tot 6
weken te laten ‘rijpen’. Ook in vijvers met algenproblemen (groen waterradalgen)
is het niet verstandig om zuurstofplanten aan te brengen. Alggroei van enige
omvang neemt zo efficiënt CO2 op uit het water, dat er werkelijk
niets overblijft voor de zuurstofplanten.
Zuurstof planten stellen weinig eisen
aan de voedingsbodem. Om verslijmen en zwarte bladeren te voorkomen kunnen deze
planten het beste in fijnesubstraat worden gepoot, dat verstikking van de
wortels voorkomt.
Geef
zuurstofplanten de kans om te groeien
Optimale groeiomstandigheden voor
zuurstofplanten zijn als volgt:
- De gezamenlijke hardheid moet
liggen tussen GH 8 en GH 12.
- De carbonaathardheid moet liggen
tussen KH 6 en KH 12.
- Er moeten voldoende
voedingsstoffen (nitraten en fosfaten) aanwezig zijn.
- Het water moet voldoende
sporenelementen (vooral ijzer) en koolzuur (CO2) bevatten.
Drijfplanten hebben alleen lucht nodig
om te groeien
Drijvende oppervlakte-planten zijn
vooral ideaal voor nieuwe vijvers, omdat ze het voor hun groei benodigde
koolzuur (CO2) niet uit het water, maar via het oppervlakteblad
rechtstreeks uit de atmosfeer halen. Waar zuurstofplanten het door
koolzuurgebrek laten afweten, zult u met drijfplanten geen problemen krijgen.
Een extra voordeel is, dat de in het water hangende worteltjes zoveel
voedingsstoffen aan het water onttrekken, dat algen geen kans meer krijgen zich
te ontwikkelen.
De groep drijfplanten is niet zo groot,
zeker niet als we de inheemse winterharde soorten rekenen. Maar ook al zijn ze
in soorten gering, ze vormen een zeer nuttige en in sommige gevallen essentiële
groep waterplanten.
Voor het verkrijgen van een natuurlijk evenwicht en helder water zijn ze vaak
onmisbaar. Hun waarde wordt vooral bepaald door de enorme groeicapaciteit, ook
onder omstandigheden waarin de zogenaamde zuurstofplanten het laten afweten.
Het drijfvermogen hebben de plantjes te danken aan de met luchtgevulde bladeren,
terwijl de in het water hangende worteltjes de voedingsstoffen opnemen. In
tegenstelling tot de groep onder watergroeiende planten, zijn de drijfplanten
voor hun groei niet aangewezen op het aanwezige CO2. Zij benutten het
in atmosfeer aanwezige CO2 direct. Drijfplanten zijn dan ook bij
uitstek geschikt om in nieuwe vijvers te worden aangebracht.
Bruikbare soorten zijn kikkerbeet,
eendekroos, puntkroos en azolla drijfvaren. Niet winterharde soorten, maar in de
maanden mei t/m september goed te gebruiken, zijn het mosselplantje en het
vlotvarentje. Deze subtropische plantjes kunnen eventueel in een aquarium
overwinteren. Tropische drijfplanten zoals het waternoot en de waterhyacinth
kunnen als sierelement dienst doen, maar hebben in ons klimaat geen biologisch
nut.
Wanneer na verloop van tijd het wateroppervlak dreigt dicht te groeien, kunt u
stap voor stap een deel van de drijfplanten vervangen door zuurstofplanten.
Grafiek voor keuze van uw waterplanten
:
Moerasplanten
|
Plantnaam |
Plant-diepte |
Hoogte |
Bloei-
tijd |
Bloemkleur |
Bijzonderheid |
Waterdrieblad
(Menyanthes) |
0-30 |
20-30 |
mei-
juli |
wit/
licht roze |
ideale plant voor vijverrand |
Waterweegbree
(Alisma) |
0-30 |
40-80 |
juni-
september |
wit/
rozerood |
kan zich snel uitbreiden |
Egelskop
(Sparganium) |
0-30 |
30-50 |
juli-
augustus |
groen
bloemhoofdje |
robuuste plant |
Dwerglisdodde
(Typha minima) |
0-15 |
30-50 |
mei-
juli |
bruine kolfjes |
geschikt voor kleine vijver |
Penningkruid
(Lysimachia) |
0-15 |
5-10 |
juni-
juli |
geel |
ideaal om oevers mee te bedekken |
Gele aronskelk
(Lysichitum) |
0-30 |
30-50 |
april-
mei |
geel |
blad ontwikkelt zich na de bloei |
Dotterbloem
(Caltha) |
0-15 |
20-30 |
maart-
juni |
goudgeel |
giftig blad |
Slangewortel
(Calla) |
0-15 |
20-25 |
maart-
juli |
wit, rood |
kan ook op drogere oever |
Moeras-vergeet-me-niet
(Myosotis) |
0-15 |
25-30 |
mei-
juli |
blauw en
roze |
goede groeier |
Vlotgras
(Glyceria) |
0-30 |
40-70 |
juli-
augustus |
bruinig |
maakt veel uitlopers |
Lisdodde
(Iris) |
0-20 |
60-90 |
mei-
juli |
geel/ blauw/
wit |
groot assortiment |
Dwergbies
(Juncus) |
0-15 |
20-30 |
juni-
augustus |
bruinig |
winterhard |
Oeverplanten, waterstand 15-50 cm
|
Plantnaam |
Plant-diepte |
Hoogte |
Bloei-
tijd |
Bloemkleur |
Bijzonderheid |
Zwanebloem
(Botumus) |
30-50 |
80-100 |
juni-
augustus |
roze |
fraaie roze bloemschermen |
Kikkerbeet
(Glydrocharis) |
30-50 |
5-10 |
juli-
augustus |
wit |
ronde hartvormige blaadjes |
Snoekkruid
(Pontederia) |
15-30 |
40-70 |
juni-
augustus |
blauw |
rijkbloeiend |
Kalmoes
(Acorus) |
15-30 |
60-80 |
juni-
juli |
geelbruin |
geurend, lang, smal blad |
Pijlkruid
(Sagittaria) |
15-30 |
30-60 |
juni-
augustus |
wit |
karakteristiek blad |
Lisdodde
(Typha latifolia) |
15-30 |
200 |
juni-
juli |
zwart-bruime
aren |
woekert sterk |
Watergentiaan
(Nymphoides) |
30-50 |
5-10 |
juli-
oktober |
geel |
kruipende wortelstok |
Lidsteng
(Hippuris) |
30-50 |
40 |
juli-
augustus |
onbetekenend |
blad naaldvormig |
Aarvederkruid
(Myriophoides) |
15-30 |
10 |
juni-
september |
zacht roze |
zuurstofplant |
Kaapse waterlelie
(Aponogeton) |
30-50 |
15 |
juni-
oktober |
wit |
geurige bloei, vorstvrij
overwinteren |
Waterviolier
(Hottonia) |
20-50 |
20-30 |
mei-
juni |
zacht roze |
zuurstofplant |
Waterranonkel
(Ranunculuslingua) |
15-30 |
80 |
juni-
augustus |
geel |
woekert |
Drijf en diepwaterplanten, waterstand
meer dan 50 cm
|
Plantnaam |
Plant-diepte |
Hoogte |
Bloei-
tijd |
Bloemkleur |
Bijzonderheid |
|
Azolla |
|
1-2 |
geen
bloemen |
|
vormt een groen drijvend tapijt |
Gedoornd hoorn-blad
(Ceratophyllum) |
|
|
juni-
juli |
onbestemd |
drijvende bladplant |
Fonteinkruid
(Potamogeton) |
|
|
mei-
september |
onbestemd |
zuurstofplant |
Waterlelie
(Nymphaea) |
|
20-25 |
juni-
september |
vele kleuren |
koningin onder de waterplanten |
Dwergplomp
(Nuphar) |
|
10-25 |
juni-
augustus |
geel |
kan zich snel uitbreiden |
Krabbescheer
(Stratiotes) |
|
10-20 |
mei-
augustus |
wit |
roselvormig blad |
Waterhyacint
(Eichhornia) |
|
10 |
juni-
augustus |
blauw-
violet |
vorstvrij overwinteren |
Waternoot
(Trapa) |
|
2-3 |
juni-
augustus |
wit |
vrucht is eetbaar |
Waterpest
(Elodoa) |
|
|
juni-
oktober |
onbestemd |
snelle groeier |
Blaasjeskuid
(Utricularia) |
|
2 |
juni-
augustus |
geel |
drijvende zuurstofplant |
|