aanleg vijver    Onderhoud  waterkwaliteit  De planten   Vis soorten   Aanleg onze vijver  Foto's onze vissen  Japanse koi fotospecial  Vijverlinks   Kikker

                                           

Je hebt water en vijverwater

De belangrijkste factor voor het vijvermilieu is het water, waarvan de samenstelling immers direct van invloed is op de groei van de waterplanten, de ontwikkeling van de micro-organismen en de conditie van de vissen. Het water moet dan ook alle elementen bevatten, die noodzakelijk zijn voor de biologische en chemische processen in het milieu. Vooral de hardheid van het water speelt een grote rol, maar voor een goede plantengroei zijn ook voedingsbestanddelen en sporenelementen van groot belang.

De gezamenlijke hardheid (gh-waarde)

De gezamenlijke hardheid van het water bepaald door calcium en magnesium. Dit wordt de GH-waarde van het water genoemd, uitgedrukt in Duitse hardheidsgraden (DH). Een juiste GH-waarde van vijverwater (tussen8 en 12 DH) is om diverse redenen van belang. De meeste soorten vijverplanten groeien optimaal in het middelharde water en ook de ontwikkeling en activiteit van micro-organismen is optimaal.
Bij deze waarden is ook de zuurstofvoorziening het beste gewaarborgd.
Wanneer buiten het groeiseizoen het CO2 aanbod stijgt, is de kans op verzuring gering. Bij GH-waarden van 8 tot 12 DH zal het teveel aan CO2 namelijk worden gebonden door het calcium. Daardoor is er geen gevaar voor verzuring of zuurstofgebrek te duchten.

Door weersinvloeden (regen, hagel, sneeuw) en biologische processen onthardt het vijverwater voortdurend. Het is daarom wel nodig de GH-waarde een aantal malen per jaar te controleren. In iedere geval in het voorjaar en het najaar. De GH-waarde is met een eenvoudige GH testset te bepalen. Wanneer die lager is dan 8 DH, is het raadzaam de waarde met een GH-plus preparaat te verhogen.
Ligt de GH onder 6 DH, dan moeten er zeker maatregelen worden genomen.

De pH-waarde en het CO2.

Hoewel de pH-waarde geen opgeloste stof in het water vertegenwoordigt maar veel meer een toestand aangeeft waarin het water zich bevindt, is inzicht in deze waarde van belang, vooral omdat het ons iets vertelt over het CO2-gehalte in het water.
Wel moeten we hiervoor ook de waarde van de carbonaathardheid weten. Als beide waarden bekend zijn, kunnen we vrij nauwkeurig het vrije CO2-gehalte in mg. per liter water bepalen. Voor een goede plantengroei is minimaal 5 mg. CO2 per liter vijverwater nodig. Zie hiervoor de afgebeelde grafiek.

Het in het water opgeloste CO2 is dus medebepalend voor de pH-waarde. Bij een gegeven carbonaathardheid en voldoende CO2, zal de pH-waarde relatief laag zijn; bij een zelfde KH maar onvoldoende CO2 is de pH-waarde relatief hoog.

kh
waarde

pH waarde

6 6,2 6,4 6,6 6,8 6,9 7 7,2 7,4 7,6 7,8 8 9
1 40 25 15 10 6 5 4 2 1.5 1 0.5 0 0
2 80 50 30 20 13 10 8 5 3 2 1 0.5 0
3 120 75 50 30 20 15 12 8 5 3 2 1 0
4 160 100 60 40 25 20 15 10 6 4 2.5 2 0.5
5 200 125 80 50 32 25 20 12 8 5 3 2.5 1
7 280 175 110 70 45 35 28 18 11 7 4 3 1.5
10 400 250 160 100 65 50 40 25 16 10 6 4 2
12 480 300 190 120 75 60 50 30 19 12 8 5 3

CO2-gehalte in mg. per liter

Het CO2-gehalte is gedurende een etmaal overigens niet constant. Het fluctueert onder invloed van dag en nacht (assimilatieproces).

Onderwaterplanten nemen met behulp van licht CO2 op en geven zuurstof af. Het CO2-gehalte vermindert derhalve naarmate de dag vordert. ‘s Nachts is het proces omgekeerd; de planten nemen zuurstof op (zij het beperkt) en geven CO2 af (zij het beperkt).

Micro-organismen, de grootste producenten van CO2, produceren zowel overdag als ‘s nachts. Dat betekent dat het CO2 zich ‘s nachts zal ophopen en in de namiddag beduidend zal afnemen. Dit proces doet zich overigens alleen voor in goed functionerende waterpartijen, dat wil zeggen, wanneer er sprake is van een groeiend bestand onderwaterplanten en voldoende activiteit van de micro-organismen. Met de pH-waarde kunnen we dit proces controleren.
Als de pH-waarde ‘s morgens vroeg relatief laag is (pH 7-8) en ‘s avonds relatief hoog (pH 8-9) dan functioneert het vijvermilieu. De planten zullen goed groeien en het water zal helder zijn. Wanneer de pH echter ‘s morgens en ‘s avonds even hoog is (pH 9 of hoger), is er sprake van stagnatie: de onderwaterplanten groeien niet en het beeld is een vijver vol algen.

Na het groeiseizoen zal de pH-waarde dalen. De groei van waterplanten (en algen) stagneert. Zij nemen dus geen CO2 meer op. Het CO2-gehalte in de vijver zal daardoor langzaam toenemen. Indien de GH-waarde (zie hoofdstuk GH) hoog genoeg is, kan het teveel aan CO2 zich binden tot carbonaat en zal het milieu niet verzuren. De pH-waarde komt niet onder de pH 7.
Is de GH-waarde echter te laag, dan is er onvoldoende calcium aanwezig om het overtollige CO2 te binden. Het milieu verzuurt en er treedt zuurstof gebrek op.

Nitraten en fosfaten.

Nitraten en fosfaten zijn primaire voedingsstoffen voor plantaardige organismen.
Dat wil dus zeggen voor alle waterplanten in de vijver, maar ook voor de algen.
Nitraten en fosfaten komen op diverse manieren in het vijvermilieu terecht. De grootste hoeveelheden komen vrij bij de afbraak van organische bestanddelen (plantenresten, bladerloof etc.) door micro-organismen.
Alle stoffen waaruit het blad is opgebouwd (de biomassa), komen bij dit proces weer vrij in het milieu. Naast vele sporenelementen en mineralen zijn dat stikstofverbindingen (nitraten) fosfaten en koolstoffen (CO2).

n een goed functionerend milieu, met voldoende plantengroei, vormen deze terugkerende voedingsstoffen geen probleem. De waterplanten nemen de voeding op en zetten die om in bladgroen. Wanneer echter de hoeveelheid voedingsstoffen zodanig toeneemt dat de aanwezige waterplanten niet meer alles kunnen opnemen, ontstaat er een probleem. Voedingsoverschot betekend automatisch algengroei.

Hoe groot of hoe klein de vijver ook is, er zal regelmatig onderhoud moeten plaatsvinden. Het belangrijkste onderhoud plegen we in het najaar.
We moeten de vijver dan "oogsten" van een teveel aan organische bestanddelen.

Overigens ontstaat een voedingsoverschot niet alleen door een bovenmatige hoeveelheid organische bestanddelen, maar vooral ook door stagnatie van de plantengroei of door simpele feit dat er niet voldoende planten in het milieu aanwezig zijn.
Stijgende concentraties van nitraten en fosfaten zijn voor het vijvermilieu een probleem, en altijd de oorzaak van algengroei. Er is eigenlijk maar één goede remedie tegen en dat is het aanbrengen van veel meer groeiende waterplanten. Daarbij moet de vijver in het najaar "geoogst" worden.

Alexus: Superm: E mail ons