![]() |
Home
Weerfotograaf
Vijver
Kikker
Dierenparadijs
Wie
zijn wij?
Alexander
Manhaeghe
Mario
Manhaeghe
Aquarium
Gastenboek
Links
Weerstation
Wortegem - Petegem
weerbeeld webcam
![]() |
|
Je hebt water en vijverwater De belangrijkste factor voor het vijvermilieu is het water, waarvan de samenstelling immers direct van invloed is op de groei van de waterplanten, de ontwikkeling van de micro-organismen en de conditie van de vissen. Het water moet dan ook alle elementen bevatten, die noodzakelijk zijn voor de biologische en chemische processen in het milieu. Vooral de hardheid van het water speelt een grote rol, maar voor een goede plantengroei zijn ook voedingsbestanddelen en sporenelementen van groot belang. De gezamenlijke hardheid (gh-waarde) De gezamenlijke hardheid van het water
bepaald door calcium en magnesium. Dit wordt de GH-waarde van het
water genoemd, uitgedrukt in Duitse hardheidsgraden (DH). Een
juiste GH-waarde van vijverwater (tussen8 en 12 DH) is om diverse
redenen van belang. De meeste soorten vijverplanten groeien
optimaal in het middelharde water en ook de ontwikkeling en
activiteit van micro-organismen
is optimaal. Door weersinvloeden (regen, hagel, sneeuw) en biologische
processen onthardt het vijverwater voortdurend. Het is daarom wel
nodig de GH-waarde een aantal malen per jaar te controleren. In
iedere geval in het voorjaar en het najaar. De GH-waarde is met
een eenvoudige GH testset
te bepalen. Wanneer die lager is dan 8 DH, is het raadzaam de
waarde met een GH-plus
preparaat te verhogen. De pH-waarde en het CO2. Hoewel de pH-waarde geen opgeloste stof in het water
vertegenwoordigt maar veel meer een toestand aangeeft waarin het
water zich bevindt, is inzicht in deze waarde van belang, vooral
omdat het ons iets vertelt over het CO2-gehalte in het
water. Het in het water opgeloste CO2 is dus medebepalend voor de pH-waarde. Bij een gegeven carbonaathardheid en voldoende CO2, zal de pH-waarde relatief laag zijn; bij een zelfde KH maar onvoldoende CO2 is de pH-waarde relatief hoog.
Het CO2-gehalte is gedurende een etmaal overigens niet constant. Het fluctueert onder invloed van dag en nacht (assimilatieproces). Onderwaterplanten nemen met behulp van licht CO2 op en geven zuurstof af. Het CO2-gehalte vermindert derhalve naarmate de dag vordert. s Nachts is het proces omgekeerd; de planten nemen zuurstof op (zij het beperkt) en geven CO2 af (zij het beperkt). Micro-organismen, de grootste producenten van CO2,
produceren zowel overdag als s nachts. Dat betekent dat het
CO2 zich s nachts zal ophopen en in de namiddag
beduidend zal afnemen. Dit proces doet zich overigens alleen voor
in goed functionerende waterpartijen, dat wil zeggen, wanneer er
sprake is van een groeiend bestand onderwaterplanten en voldoende
activiteit van de micro-organismen. Met de pH-waarde kunnen we
dit proces controleren. Na het groeiseizoen zal de pH-waarde dalen. De groei van
waterplanten (en algen) stagneert. Zij nemen dus geen CO2
meer op. Het CO2-gehalte in de vijver zal daardoor
langzaam toenemen. Indien de GH-waarde (zie hoofdstuk GH) hoog
genoeg is, kan het teveel aan CO2 zich binden tot carbonaat en zal het milieu niet verzuren. De pH-waarde komt niet
onder de pH 7. Nitraten en fosfaten. Nitraten en fosfaten zijn primaire voedingsstoffen voor
plantaardige organismen. n een goed functionerend milieu, met voldoende plantengroei, vormen deze terugkerende voedingsstoffen geen probleem. De waterplanten nemen de voeding op en zetten die om in bladgroen. Wanneer echter de hoeveelheid voedingsstoffen zodanig toeneemt dat de aanwezige waterplanten niet meer alles kunnen opnemen, ontstaat er een probleem. Voedingsoverschot betekend automatisch algengroei. Hoe groot of hoe klein de vijver ook is, er zal regelmatig
onderhoud moeten plaatsvinden. Het belangrijkste onderhoud plegen
we in het najaar.
Overigens ontstaat een voedingsoverschot niet alleen door een
bovenmatige hoeveelheid organische bestanddelen, maar vooral ook
door stagnatie van de plantengroei of door simpele feit dat er
niet voldoende planten in het milieu aanwezig zijn.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |